Spinale (intrathecale) pijnbestrijding zonder poort (morfinepomp)

Inleiding

Op het pijncentrum is met u besproken dat uw pijnklachten behandeld gaan worden door middel van een continue toediening van pijnstillende medicatie via een epidurale of spinale katheter. Deze vorm van pijnbestrijding wordt vaak voorgeschreven aan patiënten met pijn bij kanker waarbij de gewone pijnmedicatie onvoldoende helpt en/of te veel bijwerkingen geeft.

Van de pijnarts of de pijnconsulent krijgt u informatie over de behandeling. Hier kunt u de belangrijkste zaken nog eens nalezen.

Wat is spinale pijnbestrijding?

spinaal 01

In de achterste helft van de wervelkolom bevindt zich het ruggenmerg dat deel uitmaakt van het centrale zenuwstelsel en omspoeld wordt met hersenvocht (liquor). Rondom dit geheel bevindt zich de zogenaamde dura mater, een soort vlies. Als de katheter aan de binnenzijde van dit vlies wordt geplaatst spreken we over spinale of intrathecale pijnbestrijding. Wordt de katheter aan de buitenzijde van de dura mater geplaatst, dan spreken we over epidurale pijnbestrijding.

Bij deze vorm van pijnbestrijding wordt een medicatiemengsel gebruikt dat een lokaal verdovingsmiddel en morfine bevat. De morfine kan via het ruggenmergvocht in veel lagere doseringen gegeven worden dan per tablet of via een pijnpleister. Daardoor is er minder kans op bijwerkingen als sufheid, misselijkheid en obstipatie.


Plaatsen van de katheter

Voor het plaatsen van de katheter en het instellen van de pijnmedicatie wordt u meestal een aantal dagen opgenomen in het ziekenhuis. De anesthesioloog/pijnspecialist plaatst de spinaal katheter. Dit gebeurt op de voorbereidingsruimte van de operatiekamer of op de behandelkamer.

U wordt, afhankelijk van uw conditie, gevraagd rechtop te komen zitten of op uw zij te gaan liggen. Uw onderrug wordt plaatselijk verdoofd met een injectie. De pijnarts plaatst vervolgens een dunne naald tussen twee wervels van uw rug. Via deze naald wordt de katheter ingebracht. Er kan even een licht schokje voelbaar zijn als de katheter in contact komt met een zenuwwortel. Nadat de katheter is ingebracht, wordt de naald verwijderd.

De katheter wordt daarna onderhuids vanuit uw rug naar uw zij geleid. Dit onder de huid doorvoeren van de katheter heet "tunnelen". Dit verkleint de kans op infecties en vergemakkelijkt het verzorgen van de insteekplaats van de katheter. Dit onderhuids inbrengen van de katheter gebeurt onder plaatselijke verdoving van de huid.

Als dit te belastend is kan u via het infuus medicatie krijgen voor sedatie (doezelen).

Instellen van de pijnmedicatie

Na het inbrengen van de katheter wordt de pomp met pijnstillende medicatie (meestal morfine) aangesloten. Dit is een draagbare pomp met daarop aangesloten een verwisselbare medicatiecassette. Met de pomp hebt u de mogelijkheid om via een handbediening uzelf extra medicatie toe te dienen (PCA-functie). PCA betekent Patient Controlled Analgesia. Dat wil zeggen dat u zelf invloed kan uitoefenen op de hoeveelheid pijnstilling die u krijgt. De hoeveelheid medicatie die u zichzelf kan toedienen wordt in de pomp zelf begrensd, zodat u niet bang hoeft te zijn dat u teveel gebruikt.

spinaal 03

Een voorbeeld van een dergelijke pomp is de CADD-Legacy Pomp, zoals getoond in de figuur hiernaast.

Gedurende de opname zullen de verpleegkundigen van de afdeling en de pijnconsulenten regelmatig controleren of de pijnstilling voldoende werkt en of er geen bijwerkingen optreden. Het medicatiemengsel in de PCA-pomp kan zo nodig aangepast worden aan uw behoeften.

Wanneer u goed op de medicatie bent ingesteld, wordt uw ontslag voorbereid. De pijnconsulent zal voor u een mobiele pomp aanvragen en u hierover uitleg geven. Het zal u thuis in staat stellen om u gemakkelijker te verplaatsen en hebt daardoor meer bewegingsvrijheid. De thuiszorg zal zich over de zorg van deze pomp en de spinaal katheter gaan ontfermen. Wanneer u weer thuis bent zal uw pijnarts en de pijnconsulent regelmatig met u telefoneren om te vragen of de pijnbehandeling nog naar wens verloopt.

Bijwerkingen

Bijwerkingen van spinale pijnbestrijding treden vooral op tijdens de eerste dagen na het inbrengen van de katheter. Er kan sprake zijn van:

  • Hoofdpijn: mogelijk door lekkage van hersen-vocht. Deze hoofdpijn neemt toe met rechtop zitten. De hoofdpijn is meestal mild, verdwijnt in de meeste gevallen vanzelf. U kunt hiervoor eventueel paracetamol innemen (volgens de bijsluiter).
  • Infectie: een bijwerking die maar heel zelden optreedt. In zeldzame gevallen kan infectie leiden tot een hersenvliesontsteking.
  • Enige lekkage van vocht langs de katheter
  • Jeuk komt soms voor, maar is meestal niet hevig
  • Verminderde aandrang tot plassen
  • Verminderde beweeglijkheid en gevoeligheid van uw benen
  • Misselijkheid
  • Sufheid

Verloop opname en voorbereiding

Op het pijncentrum in Roosendaal wordt met u een datum en tijdstip afgesproken wanneer de behandeling plaats zal vinden. U meldt zich op de met u afgesproken locatie en verpleegafdeling. Als u reeds opgenomen bent blijft u op uw afdeling.

Opname in het ziekenhuis

Voor deze behandeling wordt u gedurende één of enkele nachten opgenomen in het ziekenhuis. Dit is afhankelijk van het verloop en het tijdstip van de ingreep en van uw persoonlijke situatie.

De behandeling zelf vindt plaats op de pijnbehandelkamer van het pijncentrum (route 80 van het Bravis ziekenhuis in Roosendaal) of op de operatiekamer. De verpleegkundige van de afdeling brengt u naar de afgesproken plaats en haalt u er na de behandeling weer op.

Bloedverdunners

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, dan kan het zijn dat u deze vóór de behandeling tijdelijk moet stoppen, of dient te overbruggen met andere bloedverdunners.
U dient altijd na te vragen wat te doen als u bloedverdunnende medicatie neemt!

Allergie

Bent u allergisch voor bepaalde voedingsmiddelen, medicijnen, contrastvloeistof of huidontsmettingsmiddelen bijvoorbeeld jodium? Waarschuw ons dan.

Zwangerschap

Wanneer u zwanger bent, raden wij u aan om contact op te nemen met het pijncentrum.
U hoort dan of de behandeling door kan gaan.

Koorts – gebruik van antibioticum

Als u koorts hebt of een antibioticum gebruikt op de dag van de behandeling, raden wij u aan om contact op te nemen met het pijncentrum. U hoort dan of de behandeling door kan gaan.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, stel deze dan vóór de behandeling of regel een telefonische afspraak met de pijnconsulente via het secretariaat. De pijnconsulente kan uw vragen beantwoorden of zo nodig met uw behandelend pijnspecialist overleggen.

Patiëninformatiebrochure:

pdfLees en print deze informatie als patientinformatiefolder (PDF)(960 kb)

Pijnbehandelingen

     
Go To Top